Pagina's

vrijdag 31 januari 2014

Gedichtendag

Dit gedicht, wat mij betreft het meest prachtvolle gedicht ooit, was ooit het onderwerp van een paper, maar betekent nog steeds zo veel meer, elke keer als ik het lees. Bij deze deel ik het ook met jullie, een dagje te laat, maar met even veel plezier.
Rijpe kersen - Stefan Hertmans
Wat stand houdt is oneetbaar.
De oudste huizen worden ingeruild voor nieuwer puin,
en gladde steen reikt al de hand aan ouder puin.
Maar ik heb Under Milkwood in de kamer
en Richard Burton, die als een dronkeman
die in zijn droom met zijn oermoeder slaapt,
waarzeggerij verkoopt op plaat.
Hij droomt haar tweeëntwintig jaar
en bloot onder een wijde, zwarte jurk,
haar benen bruin door landwerk op een onbereikbaar veld.
Haar witte borsten weegt hij op zijn ene hand,
terwijl hij met de andere haar natte lijfje spant.
Men spuit de straten tegen hitte, om tien uur ’s ochtends al.
Ik heb kersen gekocht, ik spoel ze met koel water
en zet de glazen schaal op de granieten tafel
in de verzengde tuin.
’s Nachts wordt het warmer nog,
de pannen liggen in gloeiende rijen op het dak
en stralen door tot op de kamers waar we liggen
en luisteren hoe de ander slaapt.
We slapen geen van beiden.
Ik hoor je zuchten in halfslaap, luider en regelmatig.
Ik denk dat ik mijn naam versta. De overloop
is even, een ogenblik daartussenin,
zo koel als water aan mijn voeten.
Je deur is open. Het raam is open.
In de warmte lig je open op de sprei.
Als ik dan, twee uur later, weer tegen de stroom opga,
ben je al ingeslapen. Het eerste licht ziet de
intieme glinstering die we daar samen achterlaten.
Ik heb kersen gekocht.
Een jonge vrouw gaf me er twee ter keuring in de hand;
ik woog ze, met een klein gebaar, en keek haar heel lang aan.
Daarop vergrootten haar pupillen.
Met zwarte kersen zag ze mij.
Ik kocht het volle pond van haar,
strooide de schoongelikte pitten in het bed
waarop je lachend in het zweet iets over rijpe kersen zei.
De wortels in de dakgoot, jaren later,
voeden zich met het puin van jou en mij,
een boompje `dat diep wordt gesnoeid en duizelt,
lief’, zoals de oude dichter zei.
Het bloeit pas in december, als de bloesems uit de hemel komen,
koud en rillerig als een ballerina in haar eerste lentetij.
We hebben tijd.
Vannacht, als de hitte uit de nok weer op ons valt,
laat ik je Under Milkwood horen.
We liggen er, met lichamen als open oren,
liefde en zweet scanderend bij.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen